In 1734 componeerde Johann Sebastian Bach zes cantates voor de periode van Kerst tot en met Driekoningen, om er op elke feestdag een te laten uitvoeren tijdens diensten in de belangrijkste kerken van Leipzig, de Thomaskerk en de Nikolaikerk. Doordat deze 6 cantates samen het kerstverhaal vormen, krijgen ze het karakter van een autonome cyclus die wij kennen als het Weihnachtsoratorium.