Lucien, 11 jaar, leidt met zijn moeder Cécile en zijn oudere broer een teruggetrokken leven in een dorpje in de Ardennen. Hij is een timide jongen die het
contact en de vragen de schuwt. Alleen bij Freddy, de
vader van een klasgenootje, en in diens bescheiden houtzagerij lijkt hij zichzelf te kunnen zijn. Wanneer Luciens grootmoeder sterft en zijn
vader tijdelijk de gevangenis mag verlaten om zwaar geboeid en onder strenge politiebewaking de begrafenis bij te wonen, is hij diep geschokt. Lucien is bereid alle regels te breken om het
contact met zijn
vader weer te herstellen. Hij slaat alle waarschuwingen in de wind met het risico alles te verliezen ...