George Thomson, een ondernemende verzamelaar en uitgever gevestigd in Edinburgh, reikte verder dan binnenlands Brits talent, naar (onder anderen)
Haydn, Carl Maria von Weber en Beethoven om het werk van Joseph
Haydn en William Napier in de jaren negentig van de 18e eeuw voort te zetten: het arrangeren en bewerken van gangbare volksliedjes en deuntjes. Beethoven voelde zich altijd aangetrokken tot potentiële exploitatie van publicaties en had een grote belangstelling voor wat
Haydn met zijn volks
liedjes was begonnen; met provisie als een aantrekkelijke extra stimulans. Zoals Beethoven-biograaf Barry Cooper suggereert, voelde de componist echter ook buiten de financiële compensatie de eeuwige kracht van de volksmelodie en het potentiële voordeel van zijn eigen muzikale associatie met het project. Tenor Rufus Muller heeft Beethovens bewerkingen van Schotse volksmuziek verzameld en opgenomen.