Achter alle briljante studenten zit een groot leraar. Dit was ook zo bij o.a.
Haydn, Scarlatti en
Pergolesi, die allemaal door de gevierde Nicola
Porpora onderwezen werden. Als professor in zang en compositie gaf
Porpora les in zijn geboorteland Italië en in de rest van Europa. Zijn uitgebreide kennis van de zangtechniek zorgde er voor dat hij uitermate succesvol cantates en opera's kon componeren. Toentertijd werden zijn composities als meesterwerken beschouwd. De meeste van
Porpora's cantates zijn gevonden in de collectie van 1735, gepubliceerd in Londen en gewijd aan Frederic, Prins van Wales. Deze cantates zijn een bewijs van de reputatie die de componist genoot als één van de belangrijkste en meest invloedrijke muzikanten van de 18e eeuw.