David Johansen and the
Harry Smiths is een bluesalbum uit 2000 dat David Johansen samen met zijn band The
Harry Smiths opnam. Het album werd geïnspireerd door de folk scene die eind jaren negentig in New York City plaatsvond, en ook door de heruitgave van
Harry Smith's Anthology of American Folk Music uit 1997. Johansen en zijn band, bestaande uit medewerkers als
Brian Koonin op gitaar en mandoline, Larry Saltzman op gitaar en banjo, Kermit Driscoll op bas, en Joey Baron op percussie, namen dit project op in St. Peter's Episcopal Church in New York. Het album markeert Johansens eerste release onder zijn eigen naam sinds 1984, zonder zijn muzikale
alter ego Buster Poindexter. De opname werd geproduceerd door David Chesky en
Brian Koonin.
Het album kreeg veel waardering van critici die Johansens karakteristieke voordraagstijl roemen en hoe deze aansluit bij het folkloristische karakter van de nummers. Het werk toont Johansens vermogen om over verschillende genres heen te werken en brengt authentieke blues- en folkmuziek naar een hedendaags publiek. De SACD-versie biedt audiofiele kwaliteit met digitale opnames in hogere bitrates, wat het label Chesky Records bekend staat om. Dit album vertegenwoordigt een puur en onverhuld aspect van Johansen als kunstenaar.