Dit album brengt de romantische en laat-romantische orkesttraditie samen met elementen van het vroege modernisme. De Duitse bariton Dietrich
Fischer-Dieskau staat centraal als vocale solist, begeleid door het London Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Wolfgang Sawallisch. Binnen de lijn van de Duitse symfonische traditie en de Weense klassieke erfenis wordt hier de lyrische zangkunst verbonden met kleurrijke, soms ironische orkestklanken. Het resultaat is een interpretatie die zowel de verfijning van de klassieke stijl als de expressieve intensiteit van de romantiek en het twintigste-eeuwse idioom benadrukt.
De componisten op dit album zijn Franz Schubert, Kurt Weill, Richard Strauss en Wolfgang Amadeus Mozart. Hun uiteenlopende muzikale talen worden door Sawallisch en het London Symphony Orchestra tot een hecht geheel gesmeed, met
Fischer-Dieskau als verbindende expressieve kracht tussen concertzaal en operahuistraditie. De opnamen verschenen op cd in 2003 en tonen hoe de uitvoerenden de continuïteit van de Duitse en Oostenrijkse muziekgeschiedenis laten horen, van de Weense klassiek tot en met de meer moderne klankwereld, zonder de lyrische kern uit het oog te verliezen.