Three Of A Perfect Pair is het tiende studioalbum van
King Crimson en verscheen in 1984 op CD. Het album markeert het slotstuk van de 80’s-versie van de band en is kenmerkend voor zijn experimentele opzet binnen het genre progressieve rock, waarbij ook elementen van
new wave en artrock doorklinken.
Het album laat volgens bandleider Robert Fripp twee gezichten van
King Crimson zien: een toegankelijkere kant met melodieuze structuren en popinvloeden, en een meer abstracte, complexe kant waarin zowel instrumentale virtuositeit als experimentele composities centraal staan. Dit zorgt voor een onvoorspelbaar en prikkelend luisteravontuur, dat de band zelf én het publiek destijds verwarring bracht, maar tegelijkertijd hun muzikale veelzijdigheid onderstreepte.
De productionele totstandkoming verliep moeizaam; onderlinge spanningen en een zoektocht naar richting maakten dit tot een uitdagend project. Toch wordt het album bewonderd om zijn eclectische en gedurfde karakter, waarin puntig samenspel, intrigerende improvisaties en innovatieve geluiden samenkomen. Three Of A Perfect Pair geldt als een van de meest veelzijdige en interessante albums uit het repertoire van
King Crimson.